Op je 25e voelt alles mogelijk.
Je draagt dromen met je mee zonder dat je ze nog kunt bewijzen. Je spreekt voordat de wereld je daar toestemming voor geeft. Je maakt, neemt risico's, faalt, probeert opnieuw. En ergens binnen die prachtige onzekerheid begint de toekomst.
Tijdens Milan Design Week organiseerde Max Fraser, editorial director van Dezeen, een intiem panelgesprek ter ere van het 25-jarig bestaan van Moooi. Samen met Marcel Wanders, Yves Béhar, Li Edelkoort en Job Smeets blikte hij terug op wat het betekent om 25 en veelbelovend te zijn.
Het gesprek keek terug op de eerste risico's, vroege dromen, creatieve moed en de opkomst van Dutch design. En het keek vooruit. Naar menselijke intelligentie. Naar analoge toekomsten. Naar authenticiteit, radicale verbeelding en de kracht van jong blijven van geest.
Luister hier naar de volledige audio van het gesprek.
MOOOI 25 AND PROMISING: OPENING
Goedemiddag allemaal. Bedankt voor jullie komst.
Mijn naam is Max Fraser, editorial director bij Dezeen. Het is een groot genoegen om dit gesprek te mogen leiden, mogelijk gemaakt door het 25-jarig bestaan van Moooi.
Allereerst: gefeliciteerd Moooi. Vijfentwintig jaar onbevreesde verbeelding.
Er is veel gebeurd in die jaren. Milan Design Week is uitgegroeid tot een enorme schaal. De designwereld is gegroeid en veranderd. Technologie heeft zich met ongelooflijke snelheid ontwikkeld. De iPhone werd in deze periode geïntroduceerd. Net als sociale media, kunstmatige intelligentie en een explosie aan digitale media.
Dezeen bestaat dit jaar trouwens 20 jaar, dus we delen een stukje van die tijdlijn.
We hebben ook een pandemie meegemaakt, financiële crises en een groeiend bewustzijn van de ecologische crisis. Als je zo'n mijlpaal bereikt, een kwart eeuw, dan zet dat aan tot reflectie. Over successen. Over mislukkingen. En over wat de volgende 25 jaar van ons gaat vragen.
Vandaag stellen we de vraag: wat zou het betekenen om nu een 25-jarige ontwerper te zijn?
EEN BEDRIJF VAN 25 MET EEN PUNKHART
Toen Moooi 25 jaar werd, dacht ik eerst: waarom zouden we dat eigenlijk vieren?
De mensen om me heen zeiden dat het moest. Dus uiteindelijk zei ik: oké, laten we het vieren. Maar ik wilde voorkomen dat we ineens een gevestigd bedrijf van 25 jaar zouden worden. Ik wil dat Moooi nog steeds punk rock voelt. Speels. Vol leven. Spannend.
Toen dacht ik: misschien is 25 ook niet zo oud.
Ik herinnerde me hoe ik zelf was op mijn 25e. Wie was ik toen? Dat voelde relevant.
Op je 25e ben je nog steeds een volwassen kind. Je hebt dromen en fantasieën. Je bent enthousiast. Je gelooft dat wat je gaat doen ertoe doet.
Er zijn vonken. Kleine dingen die ergens heen bewegen. Je ontmoet mensen die belangrijk voor je worden. Maar er is nog geen bewijs van je briljantheid. Eigenlijk heb je geen recht van spreken. Je hebt alleen een grote mond en de wens om de wereld te veranderen.
Daar zou ik Moooi willen zien. Nog steeds aan het begin. Met alles nog voor zich.

LI EDELKOORT OP HAAR 25E: PARIJS, MODE EN VRIJHEID
Toen ik 25 was, was het 1975. Ik ben nu 75, dus ik moet diep graven. Het is een halve eeuw geleden.
Ik werkte voor De Bijenkorf in Nederland. Ik was verantwoordelijk voor de inkoop en mode-richting. Dat was de beste school die ik ooit had kunnen hebben. Ik begon er op mijn 21e, wat veel verantwoordelijkheid was op die leeftijd.
Alles wat ik over mode weet, heb ik daar geleerd.
Op de foto sta ik zelf model voor de kleding die we inkochten. Er was geen geld voor een model, dus deed ik het zelf voor het persdossier.
Wat grappig is: de kleding die ik draag, zelfs de schoenen, zou vandaag zo in een winkel kunnen liggen. Het zit precies op het randje van nieuwe mode. Precies een halve eeuw later is die mode weer helemaal terug.
Ik had een fantastische tijd. Na het werk gingen we naar de bar ernaast met de inkopers en de directie. We dronken veel. We hadden interessante avonden. Ik had fabuleuze vriendjes. We dansten veel.
Voor mij was 25 een prachtige leeftijd. Toen werd ik verliefd en verhuisde van de ene op de andere dag naar Parijs. Daar begon mijn carrière pas echt.

YVES BÉHAR OP ZIJN 25E: RISICO ALS WERKWIJZE
Op mijn 25e was ik net vanuit Zwitserland naar San Francisco verhuisd.
Voor mij draaide alles om risico. Ik had altijd het gevoel dat ik op de rand van mislukking stond. Ik dacht dat ik misschien terug naar huis zou moeten en weer bij mijn moeder zou gaan wonen.
Als je 25 bent, voelt het alsof je alles op het spel zet. Je riskeert alles.
Maar nu besef ik dat ik nog steeds hetzelfde doe. Risico is een fundamenteel onderdeel van het ontwerpersvak. Niet weten. Niet zeker zijn. Niet alle antwoorden hebben.
Er is iets prachtigs aan 25 zijn. Maar als oudere ontwerper moet je ook een beetje zo blijven.
JOB SMEETS OP ZIJN 25E: VRIJHEID ZONDER TOESTEMMING
Toen ik 25 was, zat ik nog op school. Li was een van mijn docenten.
In 1994 ging ik voor een jaar naar Parijs. Ik liep stage, onder andere bij Li's studio. Dat was buitengewoon. Erg avant-garde.
Wat me toen opviel was dat de maker nog macht had. De maker kon beslissingen nemen.
Na mijn afstuderen wilde ik mijn eigen stem in het werk behouden. Niemand had ook echt zin om met me te werken. Dus ik moest het zelf doen.
Mijn eerste beurs in Milaan was in 1996. Ik ontwierp daar een tentoonstelling voor Droog Design. Dat was ook het jaar dat Marcels Knotted Chair werd geïntroduceerd. Ik heb hem zelfs aan het plafond gehangen.
Marcel was toen al een rockster. Ik was nog student.
We sliepen achter in de bus. We reden van Eindhoven naar Milaan met een busje vol werk. We probeerden spullen de Zwitserse grens over te smokkelen. Je zei dan dat er voor 100 euro materiaal in zat, terwijl de bus volstond met gepolijst brons.
Zo begonnen velen van ons.
In Milaan zag ik elk jaar prachtige nieuwe producten. Maar later in de winkels zag ik ze nooit meer terug. Misschien twee of drie. Toen besefte ik dat 90 procent van wat in Milaan werd getoond, prototypes waren.
En als het een prototype is, hoef je niet afhankelijk te zijn van een producent. Dan kun je doen wat je wilt.
Op dat moment vond ik de vrijheid van de verbeelding. Dertig jaar later geloof ik nog steeds in die vrijheid.
ADVIES AAN JONGE ONTWERPERS: BLIJF EERLIJK NAAR JEZELF
Een van de redenen dat we dit gesprek voeren, is om te laten zien dat we ooit zelf jonge ontwerpers waren, net als nu.
Op ons 25e waren we veelbelovend. Maar we hadden geen enkele zekerheid. We wisten eigenlijk niet wat we deden. We hoopten gewoon dat het goed zou komen.
Het mooie is dat je niet te ver vooruit kunt kijken. Je kunt alleen energie ergens in stoppen. En energie vindt altijd ergens zijn weg.
Mijn advies aan jonge mensen is dit: je mag tegen de wereld liegen zoveel je wilt. Fantasie is een grote leugen. Maar je moet eerlijk zijn tegen jezelf.
Dat is veel moeilijker.
Als je echt naar jezelf luistert, kun je je alleen voelen. Je gedachten kunnen anders zijn dan die van iedereen. Je gaat de breuken zien tussen jou en de wereld. Daar ben je nodig.
Maar het is ook de moeilijkste plek om te zijn.
Maak dus goede vrienden. Zij maken je minder eenzaam. Maar in je vak, als je goed bent, ben je eenzaam. Niemand snapt het nog helemaal.
Probeer niet tegen jezelf te liegen. Dat is mijn advies.
BLIJF ZO LANG MOGELIJK IN DE CREATIE
Er ligt zoveel druk op designstudenten van nu.
Er wordt van ze verwacht dat ze verstand hebben van marketing, kunstmatige intelligentie, productie, ondernemen en al het andere. Maar hoe langer je in de staat van creëren blijft, hoe beter.
Leer tekenen. Echt goed tekenen. Maak dingen. Bouw dingen. Blijf dicht bij het ambacht.
Dat geeft je een grotere kans om je eigen uniciteit te vinden.
Afleidingen zijn overal. De druk is overal. Maar eerst moet je een maker zijn. Een ontwerper. Een denker. Een dromer.
Blijf zo lang mogelijk in die ruimte.
VORMVINDEN IN PLAATS VAN VORMGEVEN
Alles is er al. Daarom moeten jonge ontwerpers de geschiedenis kennen, anders kopiëren ze te veel.
Dit jaar zagen we veel quasi design. Quasi kunsttentoonstellingen. Quasi Moooi. Veel citaten.
In het Nederlands is een ander woord voor design "vormgeving". Ik hou daarvan, omdat het de gift van vorm suggereert.
Maar ik denk dat er nu een nieuw woord is: "vormvinden".

Wees nieuwsgierig. Wees ruimdenkend. Wees ruimhartig. Kijk om je heen totdat je oog ergens op valt. Een kleur. Een takje. Een schelp. Een oud speelgoedje. Een gevouwen servet. Een luciferdoosje.
Plotseling, omdat je oog het ziet, wordt dat het begin van een nieuw idee.
Dus ik zou wachten. Verwonderen. Aantekeningen maken. Tekenen. Wachten tot het je raakt.
Een beetje zoals jagen.

DE KOSTEN VAN HET LEVEN EN DE KOSTEN VAN MAKEN
De kosten van het leven in grote steden zijn nu enorm hoog. Daardoor wordt het moeilijker voor jonge ontwerpers om fouten te maken, te experimenteren en samenwerkingen aan te gaan zonder dat er meteen geld op tafel hoeft te komen.
Maar er is ook een andere kant.
Toegang tot productie is veel goedkoper dan 30 jaar geleden. De eerste 3D-printers die we gebruikten kostten een half miljoen dollar. Nu kun je voor een paar honderd euro al beginnen met printen en maken.
Toegang tot visualisatie gaat sneller. Toegang tot productie gaat sneller. Jonge ontwerpers zijn minder afhankelijk van grote bedrijven.
Het leven is duur, ja. Maar de gereedschappen zijn toegankelijker.
Dat verandert de afweging.
BELEEFD DESIGN EN ONBELEEFD DESIGN
Er is ruimte voor alles.
Er is ruimte voor beleefd design. Er is ook ruimte voor onbeleefd design.
In het begin ben je rebels. Je probeert tegen het systeem te vechten. Later, als dat je is gelukt, gaat je werk tegen zichzelf praten. Elk nieuw werk wordt inspiratie voor het volgende.
Veel beleefd design is nodig. Als iedereen mijn werk zou kopen, zou dat niet erg praktisch zijn. We hebben de industrie ook nodig.
Maar we hebben ook ambacht nodig.
Ambacht is als het bespelen van een instrument. Als je viool wil leren spelen, kost dat je 10.000 uur. Als je goed wil leren tekenen, kost dat je 10.000 uur.
Tekenen gaat niet om een mooie tekening maken. Het is de vertaling van je gedachte, via je hand, naar het papier.
Hoe beter je dat doet, hoe vrijer je wordt.
Tekenen helpt je ook om het vuilnis buiten te zetten. Je hebt heel veel ideeën in je, en veel daarvan zijn slecht. Dus zet je ze op papier en gooi je ze weg.
Je moet het elke dag doen.
VAN TIJDSCHRIFTEN NAAR SOCIALE MEDIA
In de jaren '90 waren tijdschriften een instrument. Ze deelden veel informatie over design, vaak technische informatie over hoe dingen werden gemaakt.
Maar wij begonnen andere verhalen te vertellen. Persoonlijkere verhalen. Verbeeldingsrijkere verhalen.
Dat gaf tijdschriften rijkere stof om over te schrijven. Design ging minder over engineering en meer over fantasie, karakter en cultuur.
Toen veranderde het internet alles opnieuw. Communicatie escaleerde.
Moooi had een taal die werkte in die nieuwe wereld. We hadden het niet alleen over techniek. We hadden het over mensen, verbeelding en emotie.
Dat heeft ons gevormd. Maar wij hebben dat gesprek zelf ook mee vormgegeven met een nieuw idee van design.

OUDER WORDEN, RADICALER WORDEN
Ik ben zeker radicaler geworden.
Tien jaar geleden publiceerde ik het Anti Fashion Manifesto. Het maakte wereldwijd indruk en wordt nog steeds gebruikt op kunst- en designacademies.
Ik moest het wel doen, omdat de situatie zo nijpend was geworden. Er was zoveel oneerlijkheid. Ik moest aanwijzen waar het allemaal misging.
Vanaf dat moment werd ik veel meer een activist.
Mijn favoriete mensen zijn oude excentriekelingen. Dat is wat ik nastreef te worden.
Naarmate je ouder wordt en iets opbouwt, krijg je meer mogelijkheden. Met mogelijkheden komt verantwoordelijkheid. We moeten radicaler zijn omdat we de macht hebben om het te doen.
Wij kunnen doen wat wij kunnen, zodat anderen kunnen doen wat zij kunnen.
We hebben geen keus. We moeten radicaal zijn.

MOOOI ALS PLATFORM VOOR JONG TALENT
Moooi heeft altijd geprobeerd jonge ontwerpers een platform te bieden.
Ik heb Moooi met Casper opgericht omdat niemand mijn werk wilde maken. Het zit dus letterlijk in het DNA van het bedrijf dat we jonge mensen kansen willen geven.
We maakten het eerste werk van Maarten Baas. We maakten het eerste werk van Bertjan Pot. We maakten het eerste werk van Front. We maakten vroege werken met veel ontwerpers.
We staan ervoor open om als eerste in iemand te geloven.
Dat is fundamenteel voor Moooi. En dat blijven we doen.
FOUTEN ALS DEEL VAN HET PAD
Er zit verschil tussen fouten maken en dingen die misgaan omdat ze buiten je controle liggen.
Qua productie heb ik vreselijke fouten gemaakt. Maar fouten heb je nodig. Het klinkt als een cliché, maar je kunt ze er niet uit halen. Als je één fout eruit haalt, maak je hem misschien opnieuw.
De miljoenen fouten worden onderdeel van de lange, kronkelende weg.
Als ontwerper moet je je prettig voelen bij het maken van fouten. Bij het stellen van domme vragen. Bij het zijn van de persoon in de ruimte die het minste van een onderwerp weet.
Dat hoort erbij om dingen vooruit te brengen.
Op je 25e ben je misschien bang om fout te zitten. Later word je comfortabeler met niet weten.
Dat is belangrijk.
WAT DESIGN MOET AFLEREN
Het ergste is hebzucht.
Het belang van geld is gevaarlijk geworden voor de samenleving en voor ons voortbestaan. Ik zou graag minder gretigheid zien naar cijfers en materiaal.
Meer humor. Meer bescheidenheid. Meer improvisatie. Meer lichtheid. Minder spullen.
We raken als consumenten in paniek, omdat er te veel is.
Denk aan de supermarkt. Je komt het yoghurtgangpad in. Daar staan alle prachtige yoghurts, en dan alle nul-procent yoghurts, en dan nog honderden andere keuzes. Mensen staan er en raken in paniek. Soms gaan ze zonder yoghurt naar huis.
We hebben editing nodig. We hebben curatie nodig. We moeten onze gedachten en processen stroomlijnen.
Het probleem is niet alleen overproductie. Het is de overproductie van hetzelfde.
Als elke bank er hetzelfde uitziet, wat kies je dan? Het merk? De ontwerper? De prijs?
Maar als iets uniek is, heeft het geen echte concurrentie.
Daarom hebben we editors nodig. Daarom hebben we visie nodig.
DE VOLGENDE 25 JAAR: MENSELIJKE INTELLIGENTIE
Ik denk dat we de mensheid enorm verkeerd hebben begrepen.
Een paar honderd jaar lang dachten we dat we rationele wezens waren. Daarna dachten we dat we moderne wezens waren. We zagen onszelf als het epicentrum van intelligentie.
Nu is kunstmatige intelligentie er. Dat betekent dat we menselijke intelligentie anders moeten gaan begrijpen.
We zijn niet fundamenteel intelligent. We doen rare dingen. Allemaal.
We huilen bij reclames. We zetten een kerstboom in huis. We halen kleine balletjes uit een doos en hangen ze in de takken. We zingen liedjes. We krijgen kippenvel als er een kat over een muurtje loopt.
We zijn allereerst fantastisch dwaze, poëtische wezens.
Design heeft dat nog niet helemaal gezien. Het heeft geleefd met het idee dat intelligente mensen slimme keuzes maken. Maar mensen maken geen slimme keuzes. Ze maken menselijke keuzes.
Dáárom zijn we mooi.
Ik hoop dat design eindelijk gaat begrijpen wie we zijn. Met kunstmatige intelligentie kunnen we de mens opnieuw definiëren. We kunnen een nieuw script schrijven voor wat het betekent om mens te zijn.

DE ANALOGE REVOLUTIE
Analoog is het woord.
Ik geloof dat wat er nu gebeurt ons zal dwingen tot een analoge revolutie. Iets diep menselijks. De hand zal weer het belangrijkste instrument worden.
Robots zullen veel andere dingen voor ons doen. Maar wij gaan dichter naar natuurlijke bronnen toe bewegen. Misschien buiten de grote steden.
Onderwijs wordt essentieel. Niet omdat we moeten worden opgeleid voor één vast beroep, maar omdat we onszelf ons hele leven lang moeten kunnen blijven uitdrukken.
Onderwijs zou vloeibaar moeten worden. Permanent. Tot we sterven.
Ik noem het het tijdperk van de amateur.
Ik denk dat het geweldig gaat worden.
TUSSEN ANALOOG EN DIGITAAL
Er zullen nog steeds stoelen zijn. Er zullen nog steeds lampen zijn. Tenzij er iets echt vreselijks gebeurt en het hele ritme wordt verstoord.
Ik weet niet hoe snel kunstmatige intelligentie en robots delen van ons leven gaan overnemen. Maar ik geloof wel in een betere balans tussen analoog en digitaal.
Technologie zou niet de reden moeten zijn dat iets bestaat.
Tien jaar geleden zeiden mensen dat iets goed was omdat het op de computer was gemaakt. Nu zeggen mensen dat iets modern is omdat het 3D-geprint is.
Maar technologie is tijdelijk. Analoog denken blijft belangrijk.
Ik gebruik veel kunstmatige intelligentie in mijn studio. Ik zie het als een nieuw gereedschap. Als een potlood, maar dan ergens in de ruimte.
Toch kan de computer niet jouw uiteindelijke idee hebben. Dat moet je zelf hebben.
AUTHENTICITEIT IN EEN GEGENEREERDE WERELD
Voor mij wordt authenticiteit cruciaal.
Onderzoeken laten zien dat wanneer iemand een echt schilderij naast een kopie ziet, het origineel een veel sterkere indruk maakt. In een wereld waarin alles gegenereerd kan worden, wordt authenticiteit dus alleen maar belangrijker.
Er is ook iets moois aan leeftijd.
Wetenschappers zeggen nu dat adolescentie doorloopt tot je 29e. Het stopt niet op je 18e.
Mijn hoop is dat ze me over 25 jaar vertellen dat adolescentie tot je 60e duurt.
DUTCH DESIGN EN DE VRIJHEID ERVAN
Vijfentwintig jaar geleden kwam Dutch design op met een sterke stem.
Na 9/11 werkte het idee van glanzend, glamoureus, serieel design ineens niet meer op dezelfde manier. Veel jonge vormgevers en ontwerpers begonnen hun eigen objecten te maken. Het werk werd ambachtelijker, soms digitaal ambachtelijk, maar altijd diep persoonlijk.
Op de Design Academy ontstond een revolutie van autonoom design. Ontwerpers dachten niet langer alleen aan reproductie. Ze dachten aan één stuk. Eén expressie. En dan de volgende.
Die vrijheid van functie werd onderdeel van de essentie van Dutch design.
Maar Dutch design ontstond niet pas 25 jaar geleden. Het heeft wortels die meer dan 100 jaar teruggaan, tot De Stijl en Rietveld. Er was een lange pauze, maar de geest was er.
In de jaren '90 reageerde Droog Design sterk tegen het gepolijste design van de jaren '80. Jonge ontwerpers werden geselecteerd en op een internationaal podium gezet.
Toen Droog later minder commercieel werd, vulde Moooi die ruimte op. Het gaf ontwerpers als Maarten Baas een platform. Daarna kwamen de galerieën. Design Basel kwam. Het hele platform is in die laatste 25 jaar ontstaan.
Er was steun. Er was geld. Dat heeft geholpen.
Maar het werk was er al. De mensen waren er al.
We moeten ons niet afhankelijk voelen van dingen. We moeten maken wat we nodig hebben. We moeten eisen wat we nodig hebben.
Als mensen "cool" hebben gezien, verwachten ze dat het leven nog cooler wordt.
AFSLUITING
Bedankt aan onze vier gasten en panelleden.
Bedankt voor jullie komst. Blijf vooral nog even hangen. Er staan drankjes.
En omdat het Moooi's verjaardag is, is er maar één manier om af te sluiten.
Happy birthday, Moooi.










